Ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties
InterCoach

Jacques van Eck

Bij coachen heb je het vaak over gevoel. Over gedrag in bepaalde situaties. En vervolgens over de vraag: wat heb je met dat gevoel gedaan? Over intuïtie dus, maar wel functioneel. Het gaat erom hoe je in je werk zaken functioneler, constructiever kunt laten verlopen. Als je in je werk je gevoel laat liggen, niet uit wat je werkelijk vindt, is dat niet gezond voor de persoon, en niet voor de organisatie.
Het meeste voldoening in een coachgesprek geeft de doorbraak, het moment van inzicht waarbij je allebei ineens denkt: potverdorie, nu zijn we een stap verder. Dat zie je meteen. De ander fleurt op, of zegt ineens: ‘Dat ga ik even opschrijven’.
De doorbraak komt ook vaak van het oefenen. Als mensen aan de slag gaan met situaties waar ze tegen bepaalde drempels aan lopen. Dan komen ze vaak terug met het verhaal: goh, het was toch heel erg aardig. Dat soort huiswerk geef ik de mensen ook mee: zullen we gewoon eens afspreken dat je dat doet? Heel concreet. Niet: maak eens een plan voor de toekomst.
Ik kom uit het Openbaar Ministerie. Daar is het voortdurend besluiten, knopen doorhakken. Je krijgt dus de sterke neiging om in oplossingen te denken. Voor een coach is dat een valkuil: meteen met recepten komen. Soms jeuken mijn handen om te zeggen: je moet het zo doen. Maar dat is niet effectief. De oplossing moet van de ander komen. Je kunt daar wel bij helpen, bijvoorbeeld door eens een confronterende vraag te stellen.
Naar een coach stappen vergt moed. Mensen die het doen, willen werken aan zichzelf. Daarmee zetten ze zichzelf op voorsprong. Het is een teken van kracht.

Jacques van Eck
Naar een coach stappen is een teken van kracht